dinsdag 30 september 2014

Avonturier Hernán Cortés en de cacaoboon

De Azteken en de Maya's waren de eerste mensen die cacao verbouwden op plantages in de regenwouden van Midden-Amerika. Cacaobonen werden in die tijd gezien als een waardevol iets, en konden zelfs als betaalmiddel worden gebruikt. Toch doen ze pas hun intrede in Europa wanneer de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés in het jaar 1519 voet aan wal zet in Mexico. Hij wordt er als een vorst onthaald en krijgt als geschenk een cacaoplantage aangeboden. Hierdoor schat hij de hoge waarde van het goedje onmiddellijk in, en neemt daarom op z'n terugreis naar Spanje flinke hoeveelheden cacaobonen mee. Daar wordt het recept van het drankje echter nog decennialang verborgen gehouden in de kloosters. Pas eind zestiende eeuw komen de eerste handelsschepen met cacao vanuit Zuid-Amerika in Spanje aan, waarna het gebruik van chocolade zich in de daarop volgende tijd langzaam door de rest van Europa verspreidt. In het begin is het nog echt een luxe product dat alleen genuttigd kan worden door de adel. Maar wanneer de prijs in de achttiende eeuw daalt, kan ook de “gewone” man zich tegoed doen aan het overheerlijke drankje. Vandaag een heerlijk recept voor de liefhebber van chocolade.


Wat hebben jullie nodig: 125 gram pure chocolade, 55% -70% cacao, 225 gram boter, 125 gram bruine suiker,  125 gram van geraffineerde witte suiker en 90 gram gezeefde witte bloem, 4 eieren en 100 gram nootjes en/of gedroogde vruchten.

De “brownies de chocolate” bereiden:
Verwarm je oven voor op 170 graden. Leg een vel bakpapier of vetvrij papier in een vierkante vorm van 20 x 20 centimeter. Hak de chocolade fijn en smelt deze samen met de boter au bain marie. Meng de boter en chocolade voorzichtig met een flexibele spatel. Klop de eieren met de twee soorten suiker tot het mengsel dik en luchtig is. Roer er vervolgens het chocolade mengsel door. Voeg dan de gezeefde bloem en de gehakte nootjes toe. Meng goed door met een spatel. Giet deze mix in de vorm en bak gedurende 30 minuten. De brownie is gaar wanneer je met de punt van een mes in het centrum van de cake prikt, en deze er droog uitkomt. Na het bakken even laten afkoelen op een rooster, en later in stukjes snijden.

maandag 29 september 2014

De eerste wijngaarden in Spanje

Hola...goedemorgen allemaal! We beginnen de week met een stukje geschiedenis. Het waren de Romeinen die in Spanje de eerste wijngaarden aanlegden. Dit is gebleken uit archeologische vondsten waarin resten van wijn zijn aangetroffen. Toen later de Moren het land bewoonden, verdween de wijnbouw niet. Er werd enorm veel wijn geproduceerd, maar deze bleef bijna allemaal binnen de Spaanse grenzen. Pas toen er zich in de negentiende eeuw in Frankrijk een ziekte in de wijnranken bevond begon de export. Tijdens het regime van Franco raakte Spanje in een isolement. Hierdoor was er geen concurrentie, en dus ook geen noodzaak tot verbetering van de productie. Pas na zijn dood in 1975 werd de wijnbouw gemoderniseerd. En toen Spanje in 1986 toetrad tot de EU, had dit ook op de wijnen een positieve invloed. Met financiële steun van Europa werd de wijnbouw in een nieuw jasje gestoken. Op dit moment behoort Spanje tot één van de grootste wijnproducenten ter wereld. 


zondag 28 september 2014

Fiesta de los Moros y Cristianos in Altea

Onze woonplaats Altea staat al meer dan een week in het teken van los Moros y Cristianos. Dit traditionele feest herdenkt de strijd tussen de Moren en de Christenen die eeuwen geleden plaatsvond om het grondgebied van Valencia te heroveren. Deze dagen zijn voor de Alteanen heel bijzonder en moeten door iedereen gevierd worden. Dit jaar vindt de vijfendertigste editie plaats. En ondanks dat de regen gisterenavond met bakken uit de lucht kwam mocht dit de pret niet drukken. Het defilé van de Moren door de straten van Altea was prachtig en een groot succes!! Maandagavond wordt dit vervolgd door de intocht van de Christenen. Wanneer je in de buurt bent zou ik jullie aanraden zeker te komen kijken. De sfeer, de muziek en de prachtige kostuums zijn echt de moeite waard!!! We wensen jullie een fijne zondag...¡Hasta Pronto!...tot morgen.

zaterdag 27 september 2014

Typische dorpen in de Sierra de Cadiz

We blijven vandaag nog even in Andalusië. In het mooie landschap van de Sierra de Cádiz zijn namelijk zoveel leuke typische dorpen te ontdekken...Olvera is er een van! Dit witte dorp werd in 1983 uitgeroepen tot een historisch-artistieke site. Het herbergt een prachtig Moors fort en een in de achttiende eeuw in neoclassicistische stijl gebouwde grote kerk, die beiden op een rots hoog boven het dorp uitsteken. Je ziet ze al van ver staan...een prachtig gezicht! Het leukste is om de auto onder in het plaatsje te parkeren en dan via de steile kronkelende straatjes naar boven te wandelen. Van daar af heb je werkelijk een schitterend uitzicht op de rode daken van de witgekalkte huizen, en de heuvelachtige omgeving met duizenden olijfbomen die het dorp omringen. Je kunt hier trouwens een prima kwaliteit olijfolie kopen bij de coöperativa. Andere bezienswaardigheden zijn het Santuario de nuestra Señora de Los Remedios, de patroonheilige van Olvera. Eenmaal per jaar, op de tweede maandag na Pasen, vindt er een pelgrimstocht naar dit kerkje plaats om de heilige Maagd te aanbidden. Verder is er nog la Casa de la Cilla, waarin het Museo La Frontera y los Castillos de Olvera is gevestigd. Aan de hand van kaarten en foto's wordt je als bezoeker meegenomen op een reis door de tijd in El Andaluz...het Andalusië in de periode van de Reconquista...de herovering door de christenen. Weer genoeg te beleven dus...


vrijdag 26 september 2014

Genieten in het authentieke Spanje

In het landschap van de “Alto Genal” in het achterland van Malaga, dat bestaat uit ruige grijze bergtoppen en heuvels die begroeit zijn met kastanje-, olijf- en pijnbomen, ligt het authentieke Cartajima. Hier ontdekten we midden in het witte dorp een klein hotel met zes tweepersoonskamers. Deze zijn stuk voor stuk sfeervol ingericht met zachte kleuren, en hebben ieder een kleine zithoek en een eigen badkamer met bad of inloopdouche. Naast een gezellige lounge heeft Los Castaños een kleine patio waar bij zonnig weer het ontbijt en avondeten geserveerd wordt. Vanaf het dakterras heb je een adembenemend uitzicht op de omliggende vallei, waar de kastanjebomen in de herfst de mooiste kleuren aannemen. Ondanks het feit dat Ronda in twintig minuten, en de kust binnen een uur rijden te bereiken zijn, lopen er hier nog geen hordes toeristen rond...de streek is heerlijk puur en authentiek! Er zijn schitterende wandelingen door het landschap te maken, en ook vogelaars kunnen hier hun hart ophalen. Verder zijn er natuurlijk nog de typische Andalusische pueblos blancos die her en der in de heuvels te vinden zijn. Dit hotel is weer zo'n geweldige plek waar je vakantie viert tussen de gastvrije lokale bevolking, en waar je het authentieke Spanje beleeft!! 


donderdag 25 september 2014

Het achterland van Malaga...

Toen we vorige week in het achterland van Malaga vanuit Ronda naar Arcos de la Frontera reden,  kwamen we in een schitterend stuk natuur terecht. Onze navigatie gaf een andere en kortere weg aan, maar desondanks besloten we toch door de Sierra de Grazalema te rijden. Dit natuurpark in het noorden van de provincies Malaga en Cadiz is door de Unesco erkend als biosfeerreservaat. Op het grijswitte kalkgesteente groeien prachtige Spaanse zilversparren en kurkeiken, en er is een grote variatie aan bloemen, planten en vogels te vinden. Het gebied herbergt zelfs een kolonie van de zeldzame zwarte gier. Onderweg passeerden we ook twee leuke authentieke pueblos blancos, Benamahoma en Grazalema. Het laatste dorp is bekend om het fabriceren van wollen dekens en stoffen. Een proces dat al sinds begin achttiende eeuw plaatsvindt. Ondanks het isolement van het dorp werkten er tot aan het begin van de industriële revolutie zo'n vierduizend man in deze sector. Grazalema was rijk, en stond tot ver buiten de regio bekend om de uitstekende kwaliteit van haar producten. Maar geleidelijk aan moesten veel textielbedrijven sluiten en zo trok een groot deel van de bewoners het land in om op zoek te gaan naar werk. Toch worden in Grazalema ook tegenwoordig nog wollen creaties geweven. Door het gebruik van replica's van de originele machines, gebeurt dit op dezelfde ambachtelijke manier als enkele eeuwen geleden. Als je nu exact wilt weten hoe dat allemaal in z'n werk gaat kan je het Museo de Artesaní Textil in het dorp bezoeken.  


woensdag 24 september 2014

Buñuelos de bacalao de Andalucía

Hola..buenos dias. Vandaag een typisch mediterraan recept van een overheerlijke tapa die we tijdens onze trip door Andalusië in een bar voorgeschoteld kregen. De barman wilde niet helemaal prijsgeven hoe deze kleine beignets precies gemaakt werden, dus ben ik zelf maar opzoek gegaan. Het is heel eenvoudig...je hoeft er eigenlijk niet eens zoveel voor in huis te halen. Ideaal voor een gezellige avond met familie en vrienden. Je serveert hem met een glaasje Jerez...maar een wit wijntje smaakt er natuurlijk ook altijd bij. ¡Que aproveche!


Wat heb je nodig: 200 gram bloem, 150 ml melk, 3 of 4 teentjes knoflook, een paar takjes verse peterselie, 150 gram ongezouten kabeljauw, een klein beetje zout, een paar draadjes saffraan voor de kleur, olie om de beignets in te frituren.

Hoe maak je ze: Wanneer je gedroogde gezouten kabeljauw gebruikt zet je deze eerst voor een dag in water. Ververs het water enkele keren, afhankelijk hoe gezouten je hapjes mogen zijn. Laat de vis uitlekken, haal indien nodig de huid van de vis, en verdeel deze in kleine stukjes. Het kan zijn dat er af en toe nog een graat in zit...verwijder deze ook. Doe de bloem en de melk in een kom, meng dit goed zodat er een soort pap ontstaat. Voeg de fijngehakte look en peterselie, en indien gewenst, nog een beetje zout toe. Doe dan de stukjes kabeljauw erbij. Meng alles goed door elkaar en laat de mix een kwartiertje rusten. Verhit ondertussen de pan met olie. Test met een korstje brood of de olie al op temperatuur is. Pak twee lepels en vorm daarmee de “koekjes”. Doe niet meer dan drie stuks tegelijk in de olie, en draai ze nu en dan om tot ze goudbruin en krokant zijn. Laat ze uitlekken op een stuk keukenpapier...en dien ze warm of koud op met een beetje aioli en een stukje brood. Mmmmm...riquísima!!

dinsdag 23 september 2014

Het ontstaan van de Flamenco

De flamenco ontstond met een eigen manier van dansen en zingen op bijeenkomsten van de zigeuners. Met veel gevoel voor expressie en ritme vertaalden ze hun geschiedenis en de gebeurtenissen in het vaak zo arme, dagelijkse leven. Uit verslagen blijkt dat de zigeuners in die tijd vooral met hun bovenlichaam dansten. Het voetenwerk ontstond eigenlijk pas in de twintigste eeuw. Omdat er meestal geen instrumenten aanwezig waren ging het zingen samen met ritmisch handgeklap, of door met de knokkels op een tafelblad te kloppen. Soms klonk het vrolijk, maar meestal waren de liederen hartverscheurend. Later, toen de flamenco ook door andere kringen ontdekt werd, ontstonden er in Andalusië "café cantantes". Dit waren kleine theaters of bars met een podium, waar de mensen de flamenco konden gaan bekijken. Zo breidde de dans zich stukje voor stukje uit, en is hij tegenwoordig wereldwijd bekend. De choreografie staat nooit vast. De danseressen, die vaak gekleed zijn in prachtige opvallende lange jurken met felle kleuren, improviseren met hun stampende basispassen op de maat van de gitaarmuziek en het ritmische handgeklap. Met de bewegingen van hun handen of het gebruik van castagnetten geven ze de gevoelens van pijn, verdriet of geluk weer. De teksten zijn vaak oud, en heel divers van inhoud. Maar altijd gaan ze over het leven met alle emoties, de liefde of de dood. De gitaar speelt ook een grote rol in de flamenco, en begeleidt de zanger. De flamencogitaar lijkt op een  klassieke Spaanse gitaar maar is veel lichter van gewicht. De klankkast is helemaal gemaakt uit hout van cipres en heeft  een verdikte plaat onder het klankgat waarop ritmen worden geklopt. Er zijn verschillende soorten flamenco die men kan onderscheiden door ritme en melodie. Een van de grootste en populairste flamencozangers in de twintigste eeuw was Camerón de la Isla. Met zijn rauwe en hese stem zong hij de echte gipsyflamenco. Samen met gitaristen Paco de Lucía en Tomatita zorgde hij voor nieuwe stromingen binnen de flamencomuziek. 


maandag 22 september 2014

Een klein hotel in een prachtige omgeving

Lekker genieten in een klein hotel én een prachtige omgeving doe je bij CasaTaino in het dorpje Benilloba in de regio Valencia. Het verblijf heeft een gezellig restaurant voor de gasten, een leeshoek en een binnentuin waar je tijdens de zomermaanden in alle rust ontbijt en dineert. Wanneer  je graag wandelt of fietst in de natuur...geen probleem, want de natuurparken Sierra de Mariola, la Font Roja en Sierra de Aitana zijn vlakbij. Maar ook per auto valt er heel wat te ontdekken. De steden Alcoy en Guadalest zijn zeker een bezoekje waard, en er zijn verschillende routes uitgestippeld die je het schitterende achterland van Alicante laten zien. Eén daarvan leidt je langs wijngaarden en een bodega. Hier zal de eigenaar je graag ontvangen voor  het proeven van een van z'n lekkere ecologische wijntjes! CasaTaino is dus een prima thuisbasis van waaruit je van alles kunt ondernemen!


zondag 21 september 2014

Authentieke vakantiehuizen en sfeervolle B&B's

Goedemorgen...het waren superleuke dagen in Andalusië. Onze tijd was zoals altijd natuurlijk veel te kort. Maar we hebben weer prachtige authentieke vakantiehuizen en sfeervolle B&B's voor jullie gevonden die we zo snel mogelijk op onze website zullen presenteren. Omdat al dat reizen ook best vermoeiend is, nemen we het er vandaag nog maar even van. We gaan er vanmiddag gezellig op uit, een leuk terras opzoeken en genieten van een lekkere maaltijd en een goed glas wijn. Maken jullie er ook iets moois van vandaag?! Dan zie ik jullie morgen weer...¡Hasta Pronto! Heel veel plezier...


zaterdag 20 september 2014

Azafran...de duurste specerij ter wereld.

De naam saffraan is afkomstig uit Arabië, waar het geel betekent. Het kruid werd in Spanje geïntroduceerd door de Moren en is bekend als kleur- en smaakmaker in paella, bouillabaisse of risotto. Het heeft een honingachtige smaak met een tikkeltje bitter. Met name in de regio Valencia wordt het vaak toegevoegd aan rijst, fideua, paella, stoofschotels en vleesgerechten, zoals lam of konijn. Saffraan wordt gewonnen uit de saffraankrokus, een klein knolgewas met een felle paars-blauwe bloem. De oranjerode stampers leveren de kostbare specerij, ook wel het rode goud genoemd. Het plantje dat bloeit in de herfst, wordt gekweekt in een extreem klimaat met droge warme zomers en koude winters. Eind oktober en begin november wordt elke bloem met de hand geoogst. Hierna worden de stempels voorzichtig uit de bloemen getrokken, en boven een houtskoolvuur van ongeveer vijfendertig graden, of in de zon gedroogd. Van deze stempels is alleen het bovenste rode deel van waarde. De rest wordt afgesneden, waarna ze afgesloten van de lucht in houten kistjes worden bewaard. De beste saffraan wordt geteeld in de regio Castilië-la Mancha, en omvat ongeveer zeventig procent van de wereldproductie. "Mancha Selecto" is 's werelds beste. Deze is dieprood van kleur en bevat veel olie. De saffraan wordt verkocht in draadjes en poedervorm. Maar we raden je aan om hele, bloedrode draadjes te kopen. Vanwege de hoge prijzen, wordt er met de poeder namelijk vaak gerommeld. Door de telers wordt saffraan niet beschouwd als een landbouwproduct, maar als een deel van het historisch en cultureel erfgoed van de regio La Mancha dat beschermd moet worden. Vandaar dat er in het plaatsje Madridejos vlakbij Toledo een museum geopend is waar de bezoeker een reis maakt door het hele proces van de teelt. Het begint bij het schillen van de bol, het planten, het oogsten, het verzamelen van de draden saffraan, het drogen, het snijden, de manier van bewaren tot aan de verkoop van het product toe. Op acht grote informatiepanelen, en met behulp van taferelen, wordt alle uitleg gegeven. Ook wordt er aandacht besteedt aan het culinaire en medicinale gebruik van deze kostbare specerij.


donderdag 18 september 2014

Een goed glas Spaanse wijn.

Bij een goed Spaans gerecht hoort natuurlijk ook een lekker glas wijn. Spanje kent heel wat wijnstreken, en verbouwt veel verschillende soorten druiven. Dit heeft te maken met de grote temperatuursvarianten die het land kent. De bekendste streken zijn wel la Rioja en Castilië La Mancha, die iedereen kent van de molentjes van Don Quichot. De rode wijnen die afkomstig zijn uit la Rioja zijn door lange rijping op hout vaak kruidig en vol, en worden beschouwd als de beste ter wereld. Prima wijnen om bijvoorbeeld te drinken bij een lekkere lamsbout. De witte Riojas zijn daarentegen heerlijk fris en fruitig. Een groot deel van de in La Mancha geproduceerde wijnen worden vervoerd naar Jerez, de bakermat van de sherry, om daar verwerkt te worden tot brandy. Ook in het achterland van Murcia en Valencia worden mooie, veelal jonge wijnen geproduceerd. Onder de rode-, witte-, en roséwijnen zijn er tevens de bekende desertwijnen, zoals Mistela en Moscatel. In alle gebieden met wijnbouw bevinden zich bodegas en wijnhuizen waar je wijn kunt proeven en kopen, en waar je in veel gevallen ook nog een rondleiding kunt krijgen. De meeste boeren maken zelf geen wijn, maar leveren de druiven aan een coöperativa. Deze verwerkt de vruchten en bottelt de wijn, waarna alles verkocht wordt onder hun eigen naam.


woensdag 17 september 2014

Het Moorse dorp Pampaneira

In de regio Andalusië in het zuiden van Spanje ligt Las Alpujarras, een schitterende streek die herkenbaar is aan de ruige bergen en diepe kloven waar kleine authentieke dorpen trapsgewijs tegenaan zijn gebouwd. Dat de witgekalkte dorpjes een Moorse oorsprong hebben kun je zien aan de huizen met platte daken en typische schoorsteenkappen, en de smalle steile, soms overdekte straatjes waardoor waterkanalen lopen. Het meest bekende en laagst gelegen plaatsje in de "Barranco de Poqueira" is Pampaneira. Hier vind je eeuwenoude ambachten zoals het weven van de jarapas, dit zijn tapijten van katoen, en het typisch geglazuurde blauwgroene aardewerk. Bovendien zijn er heerlijke streekproducten zoals honing, gedroogde vijgen en wijn te koop. Ook de fonteinen verdienen een speciale vermelding, want sommige bezitten medicinaal mineraalwater. Op het marktplein, waar de kerk staat, vind je enkele gezellige bars en restaurantjes waar je de lekkerste  streekgerechten, zoals het typische Andalusische "Patatas a lo pobre", stevige soepen, Migas, gedroogde ham, kaas- en worstsoorten kunt eten. De pittoreske dorpjes staan allemaal op de monumentenlijst van de UNESCO en zijn prima te bereiken vanuit het stadje Órgiva. De omgeving is tevens een fantastisch wandelgebied, en de dorpen maken dan ook deel uit van de route GR-240 en GR-7. 


dinsdag 16 september 2014

Los gigantes...oude tradities in Spanje

Spanje houdt zijn oude tradities heel graag in ere. Zo ook die van de "Gigantes y cabezudos", enorme poppen waarvan de oorsprong teruggaat tot aan het begin van de zestiende eeuw. Naar het schijnt bracht koning Alfonso V dit gebruik mee uit Napels of Sicilië. In die tijd liepen er vier, op een gezin lijkende reuzen mee in religieuze processies zoals de Corpus Cristi. Maar niemand weet eigenlijk wat voor rol ze daar precies in speelden. Tegenwoordig kun je ze tegenkomen op veel van de authentieke feesten die in de steden en dorpen van Spanje gehouden worden. Ze beelden dan personages en figuren uit die deel uitmaken van de geschiedenis van de stad of het dorp waar het feest gehouden wordt. Samen met hun dwergen (de cabezudos) dansen ze door de straten op de muziek van trommels en chiflainas (een authentiek fluitinstrument). De cabezudo is een kleine, meer menselijke personage, maar met een enorm hoofd. De bedoeling van het hele spektakel is vooral de kinderen te vermaken. Deze kijken dan ook elk jaar reikhalzend uit naar dit geweldige schouwspel. De poppen zijn gemaakt van papier-maché of glasvezel en hebben een frame van hout en aluminium. Alles wordt bedekt met kleurige kleding. Bij elkaar weegt een reus vaak meer dan vijftig kilo. We moeten de mensen die ermee op hun schouders lopen dus niet echt benijden! De gigantes zijn te zien tijdens het "Desfile de Gigantes" op het Festival de La Mercè in Barcelona dat dit jaar gehouden wordt van 19-24 september.

                                  ©foto Birgit Liebcher

maandag 15 september 2014

Kruidenvrouwen in de Catalaanse Valle de Vansa

Begin negentiende eeuw leefden de families in de Valle de la Vansa in de Catalaanse Pyreneeën een heel bescheiden leven. Ze werkten op het land, hielden er hun eigen vee en konden zich zo prima redden. Van tijd tot tijd werd er een markt bezocht om de door hen verbouwde producten te slijten. En voor het geld dat die verkoop opleverde kocht men voorraden olie, rijst of suiker. Door een snelle bevolkingstoename was er echter steeds minder werk in de streek. Dus maakten veel bewoners de keus om voor een korte- of langere periode het land in te trekken, en elders het broodnodige geld te verdienen. Zo ontstond ook het werk van de typische Trementinaires. Deze kruidenvrouwen zwierven wekenlang te voet over de vlakten van het Catalaanse binnenland tot aan de kust bij Barcelona. Onderweg probeerden ze de zelfgemaakte oliën, zalf en drankjes aan de man te brengen. Dankzij hun enorme kruidenkennis, die al eeuwenlang van generatie op generatie was doorgegeven, werden er onderweg zowel mensen als dieren genezen van tal van kwalen. De huisgemaakte remedies werden bereid met behulp van hars uit pijnbomen. Hiervan maakte men terpetijn, die later samen met de gedroogde kruiden gebruikt werd voor het brouwen van de geneeskrachtige medicijnen. De Trementinaires hadden een zwaar bestaan. Naast alle huishoudelijke werkzaamheden waren ze het hele jaar door enorm druk met het verzamelen en drogen van nuttige planten en kruiden. Daarnaast trokken ze ook nog eens het land in. De laatste kruidenvrouw van de vallei stopte in 1982 met haar werk toen ze bijna 80 jaar oud was. In het dorpje Tuixent is een klein museum ingericht over het leven en werk van deze toch wel moedige en sterke kruidenvrouwen. 


zondag 14 september 2014

De Sierra de Espadán in Castellón

Een van de grootste en best bewaarde natuurgebieden van de regio Valencia is de Sierra de Espadán, een  natuurpark in het zuiden van de provincie Castellón. Het bergmassief dat meer dan 31.000 hectare inneemt en negentien dorpjes bevat, ligt tussen de twee rivieren Mijares en Palencia, en herbergt verschillende bronnen, ravijnen en prachtige bossen van eiken en pijnbomen. Het is een betoverende plek met een overvloed aan flora en fauna. De omgeving heeft een typisch mediterraan klimaat met warme droge zomers en relatief veel regen in de herfst. Door de vroegere ontoegankelijkheid van het enorme gebied, was men aangewezen op natuurlijke hulpbronnen. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de "pozos de la nieve". Grote ondergrondse putten van steen die gebruikt werden als opslag voor ijs. Later werd dit doorverkocht aan de dorpen in de omgeving. Verder is de Sierra de Espadán bekend om de productie van heerlijke olijfolie, waarmee ze al verschillende internationale prijzen in de wacht sleepten, de kersen en de bijenteelt. Deze laatste levert dan weer honing, pollen of wax op. Nóg een andere bron is het vervaardigen van de zogenaamde "gaiatos", een soort hooivork die gemaakt wordt van de takken van de Europese netelboom. Ook bottelt men het zuivere mineraalwater uit de bronnen, en elk jaar rond 24 juni, het feest van San Juan, begint de winning van kurk van de kurkeik. De stammen van deze bomen die normaal donker zijn van kleur, veranderen door het verwijderen van de kurk dan in bijna helder rood. Verder beschikt de Sierra de Espadán over tal van waardevolle plaatsen met bijzonder natuurlijk, historisch en cultureel erfgoed. Enkele daarvan zijn de Barranco de Almanzor, een voor deze omgeving typisch berglandschap, de kurkeik bossen die aanwezig zijn vanwege de kiezelachtige bodem, de traditionele Moorse bergdorpjes, de kastelen Almonecir, Castro en Mauz én de oude ijsputten, die enkele eeuwen geleden zo belangrijk waren voor dit geweldig mooie gebied. Door de vele gemarkeerde wandelpaden waaronder de GR-36 en tal van kortere routes, is het park ook nog eens en geweldige plek voor de wandelaar. Al deze bezienswaardigheden maken je bezoek aan het park tot een onvergetelijke ervaring!!


zaterdag 13 september 2014

Stevige kost voor harde werkers!

Migas is een heel eenvoudig recept van oud brood dat vroeger klaargemaakt werd door herders die tijdens de transhumancia, het verplaatsen van hun vee van de zomer naar de winterweide, maanden door het Spaanse landschap zwierven. Het is een typisch gerecht van het arme platteland waar zware arbeid verricht werd. Oorspronkelijk werden de migas of broodkruimels gebakken in reuzel of schaapsvet, tezamen met paprikapoeder en look. Als er toevallig een stukje spek of worst voorhanden was werd dit ook lekker meegebakken. Tegenwoordig bestaan er veel variaties van dit recept. Je kan er groenten zoals ui, courgette en aubergine bijvoegen. Maar ook met sinaasappel, krenten, druiven en zelfs met chocolade schijnt het erg lekker te zijn. Eigenlijk heeft elke regio waar dit gerecht wordt gegeten wel een eigen variant. Wij aten hem in een kleine bar in Albarracin, waar de migas werd geserveerd met stukjes meloen. Het is niet echt een gerecht wat je dagelijks moet eten. Maar ondanks dat het vrij zwaar is smaakt het ontzettend lekker. Dus mocht je het eens ergens tegenkomen...dan moet je het zeker eens proberen!


Recept voor 4 personen:
400 gram brood van een paar dagen oud, het moet heel droog zijn, 150 gram chorizo, 150 gram spek, 5 teentjes knoflook, 1 theelepel pikante paprikapoeder, olijfolie, water, zout en 4 eieren.

Snij het oude brood in plakken, in repen, en daarna in blokjes van ongeveer een centimeter. Leg het op een platte schaal en sprenkel er ongeveer 100 ml water overheen. Schep met een lepel de broodkruimels goed om, zodat ze aan alle kanten vochtig worden. Laat alles zo vierentwintig uur lang staan. Terwijl het brood weekt, snij je het spek in blokjes en de chorizoworst in schijfjes. Zet een ruime pan met wat olie op het vuur. Dit kan bijvoorbeeld prima in een paellapan. Fruit hierin de hele teentjes look. Wanneer ze mooi bruin zijn, haal je ze weer uit de pan. Op dezelfde manier bak je ook het spek en de chorizo. Nu gaat de paprikapoeder in de pan. Blijf roeren want het mag niet verbranden. Voeg de kruimels beetje bij beetje toe tot ze lekker droog, en bruin krokant gebakken zijn. Hierna doe je alles weer bij elkaar. Nogmaals goed doorroeren, de pan van het vuur nemen, en vijf minuten laten rusten.  Sluit de pan af met een deksel. Je kunt eventueel nog wat zout toevoegen als je het gerecht te flauw vindt. Maar meestal is dit door de smaak van het spek en de chorizoworst helemaal niet nodig. Nu nog een aantal spiegeleitjes bakken, de migas in kommetjes scheppen en de eieren er bovenop serveren. ¡Que aproveche!

vrijdag 12 september 2014

De Asturiërs...een volkje van boeren en vissers

De Asturiërs waren altijd al een volkje van boeren en vissers. Je komt er in de heuvels en op landwegen nog steeds herders tegen met een kudde schapen of geiten. Al dat grazende vee levert liters verse melk waarvan heerlijke mengkazen vervaardigd worden. Deze rijpen onder een perfecte luchtvochtigheid in verborgen natuurlijke grotten in de bergen. Er is zelfs een kaas- en ciderroute in de streek uitgestippeld die je laat kennismaken met deze eeuwenoude tradities en het leven van de bewoners van de Asturische plattelandsdorpen. Het is een gastronomische- en culturele tour waarbij de persoon die de groep begeleidt je alles uitlegt over de bereiding van kaas en cider. Je maakt een wandeling door de appelboomgaarden en bezoekt een grot waar kaas ligt te rijpen. En Spanje zou Spanje natuurlijk niet zijn als er na die mooie wandeling en het opnemen van alle  theoretische stof ook niet gezellig samen van de kazen, cider en enkele streekgerechten geproefd zou worden. Van alle soorten ambachtelijke kazen uit Asturias zijn er vijf gecertificeerd. Daarvan is de Cabrales wel de meest bekende. Verder eet je hier everzwijn, hert en vis- en schaaldieren zoals wilde zalm, forel en de zee-egel. Voor wie vakantie wil vieren in het authentieke Spanje met een werkelijk schitterend groene natuur en een rijke historie, en daarbij ook nog eens wil proeven van (h)eerlijke streekmaaltijden...is Asturië op het lijf geschreven.


donderdag 11 september 2014

Fietsen en wandelen over oude spoorwegen

Sinds de jaren '60 van de vorige eeuw waren er in Spanje duizenden kilometers spoorlijn in de vergetelheid geraakt. Sommige werden nooit helemaal afgemaakt en andere bleken door het sluiten van fabrieken en mijnen inmiddels totaal overbodig. Er moesten immers geen goederen meer vervoerd worden. Gelukkig kwam er iemand op het briljante idee een deel van deze verbindingen om te bouwen tot autovrije wandel- en fietspaden. Ondertussen zijn er al zo'n tweeduizend kilometers Vias Verdes door heel Spanje. Het zijn over het algemeen goed begaanbare, geasfalteerde vlakke paden die je van station naar station leiden, en die deels bewegwijzerd zijn. Een aantal van deze stationsgebouwen zijn omgetoverd tot bezoekerscentra of musea, andere tot bars of restaurants. Maar het is natuurlijk net zo leuk om zelf je lunchpakket mee te nemen, en te picknicken op een plek waar je ook nog eens een mooi uitzicht hebt. De routes liggen vaak middenin prachtige stukken natuur waar je normaal met de auto nooit zou kunnen komen. Je passeert authentieke dorpen en prachtige monumenten zodat je onderweg ook nog wat cultuur kunt opsnuiven. Ze zijn echt een fantastische manier om het authentieke binnenland van Spanje te ontdekken, en bijna een must voor de wandel- en fietsliefhebber!! Een groot deel is zelfs geschikt voor rolstoelgebruikers. 


woensdag 10 september 2014

Authentiek Spaans...de albarcas

Je ziet ze tegenwoordig niet zoveel meer in de regio's Asturië en Cantabrië, maar de albarcas waren er zo'n jaar of tien geleden nog volop in gebruik. De houten schoenen waaronder hoge doppen bevestigd zijn, behoorden op het platteland tot de dagelijkse dracht van veel boeren en dorpelingen. Zo beschermden ze hun voeten tegen modder, sneeuw en diepe plassen op de weg. Voor het comfort droeg men ze vaak ook nog met een soort pantoffel van wol. Daardoor kregen koude voeten in de wintermaanden geen kans. Tijdens het boodschappen doen of het bezoeken van de plaatselijke bar stalde men de klompen netjes aan de deur. Dat gebeurde ook bij thuiskomst, zodat de vrouw des huizes niet weer meteen de dweil uit de kast moest halen. In de tijd dat er door de boeren niet op het land gewerkt hoefde te worden, trokken ze met een kleine groep enkele weken de bergen in. Hier verzamelden ze jong hout dat geschikt was voor het maken van de klomp. Albarcas werden namelijk altijd met de hand uit een blok beuken- of berkenhout gesneden. Een goede klompenmaker produceerde toch al snel zo'n paar of vijf per dag. Dus ging iedereen aan het einde van de rit met een flinke voorraad nieuwe schoenen richting huis, waar de afwerking zoals schuren, verven en het eventuele insnijden van figuren gebeurde. Daarna werden de klompen in de zon of bij de hitte van een vuur gelegd om te drogen. Kleur en ontwerp waren afhankelijk van de eigenaar. Man of vrouw, werkzaam of thuis, voor dagelijks gebruik of op vakantie, voor iedereen en elke gelegenheid was er een gepaste versie. Helaas is door de verminderde vraag het beroep van de Albarquero of klompenmaker zo goed als verdwenen. Zijn werk wordt tegenwoordig overgenomen door de machine, die klompen produceert die allemaal exact hetzelfde zijn.


dinsdag 9 september 2014

Crocante de pistachos

Volgens de geschiedenis is de granaatappel een van eerst verbouwde vruchten. Ook toen stond hij al symbool voor de gezondheid. Ze zitten namelijk boordevol anti-oxidanten, mineralen en vitaminen. Het fruit komt oorspronkelijk uit het gebied tussen Iran en het Himalaya gebergte van India. Pas veel later begon men ook hier in Spanje met het verbouwen. Het land produceert op dit moment zo'n 95% van alle granaatappels in Europa! Dit jaar worden de vruchten trouwens wel heel vroeg geoogst. Ze liggen nu al bij de groenteboer in de schappen, terwijl we ze vorig jaar pas in oktober konden kopen. De lange hete zomer zal er waarschijnlijk aan mee werken dat ze dit jaar vlug rijp zijn. Ik vind het een heerlijke vrucht. Maar het blijft altijd een heel karwei om al die felrode pitjes uit zijn mooie omhulsel te halen. Deze eetbare pitjes hebben een lekkere frisse smaak. Je kunt ze gebruiken in de yoghurt of een salade, maar ook verwerken in een vleessaus of een lekker toetje. Ik ben opzoek gegaan naar het laatste. Het dessert lijkt op de heerlijke Engelse Applecrumble...alleen worden er hier behalve appels ook granaatappels en peren gebruikt. Het lijkt me verrukkelijk...en zal dus ook niet lang duren voor het bij ons op tafel staat. Het recept is voor zes personen.


Crocante de pistachos con peras, manzanas y arilos de granada / Knapperige pistachenootjes met peren, appels en granaatappelpitjes.

Wat heb je allemaal nodig?
Voor de krokante korst: 140 gram bloem, 100 gram bruine suiker, 1 theelepel vanille-extract, 6 eetlepels gezouten boter op kamertemperatuur en ¾ kop gepelde gehakte en ongezouten pistachenootjes.

Voor het fruitmengsel: 3 eetlepels boter, 3 geschilde en in dunne plakjes gesneden peren, 3 appels in plakjes gesneden, 100 gram suiker, 1 ½ kop granaatappelpitjes waarvan je er wat bewaard voor de garnering, 2 eetlepels sinaasappelsap, 2 eetlepels Grand Manier, 1 eetlepel bloem om te bestrooien, en zelf geklopte slagroom om mee op te dienen.

De bereiding:
Voor her krokante laagje meng je de bloem, suiker en de vanille in een kom. Voeg daarna de gehakte pistachenootjes en de boter toe. Meng met je handen tot er grote “kruimels” ontstaan. Verwarm ondertussen de oven voor een een middelhoge temperatuur. Verhit op een middelhoog vuur de boter in een koekenpan. Voeg appels, peren en suiker toe, en meng de massa goed door elkaar. Zet het vuur laag en laat het tot een half uur pruttelen tot het fruit zacht is. Haal dan de pan van het vuur en voeg de granaatappelpitjes, het sinaasappelsap, de likeur en de bloem toe. Mix alles goed door elkaar en doe alles in een ovenschaal. Bedek het fruit met de kruimellaag. Bak in een kwartier tot twintig minuten alles lekker krokant. Haal het uit de oven, doe het in leuke schaaltjes. Garneer met slagroom en wat granaatappelpitjes en serveer direct.
Recept en foto www.paula.cl

maandag 8 september 2014

De Spaanse schilder Joan Miró

Joan Miró was een wereldberoemde Spaanse schilder en beeldhouwer die op 20 april 1893 werd geboren in Montroig vlakbij Barcelona. Kunst bleek van jongs af aan zijn grote passie. Er is een schetsboek van hem ontdekt van toen hij nog maar acht jaar oud was. Dit bevat tekeningen van de natuur uit verschillende regio's in Spanje. Na studies aan de Academie van schone Kunsten en de Academia Francisco Gali gaat hij aan de slag als zelfstandig kunstenaar in Barcelona, waar hij in 1918 zijn eerste tentoonstelling inricht. Daarna vertrekt hij naar Parijs. Hier ontwikkelt hij een eigen- en voor dat moment ongewone stijl van schilderen. In zijn werken laat hij z'n fantasie de vrij loop. Mens- en dierachtige figuren in mooie heldere kleuren passeren de revue, waardoor hij al snel als surrealist bestempeld wordt. Hiermee verzet Miró zich tegen de kunstrichting van dat moment, waarvan hij vindt dat die enkel gebruikt wordt voor propaganda en het stimuleren van een rijke cultuur. Tijdens het hoogtepunt van z'n carrière experimenteert hij nog altijd met verschillende soorten kunst. Hij ontwerpt onder andere een muurschildering bestaande uit een miljoen stukjes Venetiaans glas en marmer, en een kleurrijk wandtapijt voor de bekende Twin Towers. Zijn gezondheid laat het helaas niet meer toe nog andere projecten te starten. Hij sterft in 1983 in Palma de Mallorca, maar wordt begraven in Barcelona. Miró was eredoctor van de Harvard Universiteit en de Universiteit van Barcelona. Naast Picasso en Dalí wordt hij beschouwd als een van de grote drie van de Spaanse moderne kunst van de twintigste eeuw. Een deel van zijn werk is ondergebracht in de Fundación Joan Miró in park Montjuïc in Barcelona. Overnachten in deze stad kan bij onze sfeervolle B&B Quadrat d'Or. Foto Arnold Newman


zondag 7 september 2014

Jardin de los Sentidos...das genieten!

Goedemorgen...Wat een stralende dag. De zon blijft hier maar schijnen! Om onze visite te laten proeven van het relaxte Spaanse leven gaan we er vandaag al vroeg met ze op uit. Gezellig voor een wandeling naar Altea. Even verkoeling zoeken aan de boulevard. Maar in plaats dat we daar een ontbijtje nemen rijden we dan richting Calpe. Langs deze weg ligt namelijk de theetuin Jardin de los Sentidos. Behalve dat dit een schitterende tuin is met tropische planten en allemaal leuke zitjes en verborgen hoekjes, kan je hier lekkere huisgemaakte taarten eten. Daarnaast hebben ze een groot assortiment heerlijk geurende theeën. Kletsen we daar na al die tijd weer eens even op het gemak bij. Dat wordt volgens mij een geweldig begin van onze zondag! De tuin is een echte aanrader als je in de buurt bent. Tijdens de zomermaanden is hij zelfs tot tien uur 's avonds geopend. We wensen jullie ook heel veel plezier vandaag. Tot morgen en ¡Hasta Pronto! De tuin is heel gemakkelijk te bereiken vanuit Hotel La Serena en Finca El Corral.


zaterdag 6 september 2014

Een lekkere Valenciaanse paella

Als ze me ergens voor wakker kunnen maken is het wel voor een goede paella. Een gerecht waar ik vroeger mijn neus voor optrok, maar waar ik tegenwoordig wel pap van lust!! Wie kent er geen paella...als je aan Spanje denkt is dit toch een van de dingen die, naast de flamenco en sangria, direct door je gedachten gaat. Maar hoe is de paella eigenlijk ontstaan...en wat zijn de oorspronkelijke ingrediënten? Om te beginnen is eten een enorm belangrijk onderdeel van de Spaanse cultuur. Op straat worden recepten uitgewisseld...en vaak bespreekt men uitvoerig wat er die dag op het menu staat. Families komen op zondag bij elkaar om lekker bij te kletsen, en dan wordt er altijd iets gegeten. Vaak is dit paella omdat het een gezellige maaltijd is. Je eet gewoon met heel de club uit een pan. Borden zijn niet nodig...lepels en een lekker koel biertje erbij volstaan!! Er bestaat ook niet echt een specifieke manier om het gerecht te bereiden. Iedere familie heeft een ander recept met verschillende ingrediënten. Oorspronkelijk was paella natuurlijk een maaltijd voor de boeren. Die hadden geen geld voor de dure ingrediënten als garnalen en vis die tegenwoordig vaak toegevoegd worden. Na een dag hard werken werd er gekookt met de dingen die voor handen waren. Zo kwamen de kip, het konijn, de slakjes en de sperziebonen aan hun einde. En rijst was er op de plantages rond Valencia genoeg. Alles werd in een pan boven een houtvuur gekookt. En zo was de Valenciaanse paella geboren! Waar de naam vandaan komt is nog wat onzeker. Zo zou hij te danken zijn aan de pan waarin hij wordt klaargemaakt...de paellera. Laatst las ik ergens een wel heel romantische theorie. Voeg de woorden “pa ella”, het in het Valenciaans “voor haar” samen en je krijgt paella. Deze lijkt me trouwens nog niet zo ongeloofwaardig, want het bereiden van een paella is in Spanje echt het werk van de man!




vrijdag 5 september 2014

Spanje blijft je verrassen!

Ook alweer zin om deze winter de kou ontvluchten...en ben je op zoek naar die ene sfeervolle bed and breakfast / B&B, dat kleine landelijke hotel of een vakantiehuis in Spanje. Kijk dan eens rond op de website ¡Hasta Pronto!, en ontdek er onze vakantieverblijven die zich vooral in het Spaanse binnenland bevinden. Want hier proef én beleef je het authentieke Spanje. Je geniet er van de schitterende natuur en cultuur, de rust, heerlijke streekgerechten én de gastvrijheid van de plaatselijke bewoners. Misschien maak je graag een lange wandeling, een ritje door de bossen met de mountainbike, of slenter je het liefst door de straatjes van een typisch Spaans dorp. Er valt zoveel te ontdekken en te beleven...want Spanje blijft je verrassen!  


donderdag 4 september 2014

De veelbesproken siësta

Toen we hier zes jaar geleden kwamen wonen hebben we zelf vaak genoeg voor een dichte winkeldeur gestaan. Lekker voordelig dat wel. Maar nu zijn we er inmiddels aan gewend, en doen er tijdens de hete zomermaanden zelfs aan mee....de veelbesproken siësta. Enkele jaren geleden werden er plannen gemaakt het voor de Spanjaarden zó belangrijke middagdutje af te schaffen. Dit om de economie te stimuleren. Toch geloof ik niet dat de bevolking daar tot nu toe veel gehoor aan heeft geven. Dagelijks zie je tegen een uur of twee het leven in de dorpen langzaam stilvallen. Winkels sluiten, rolluiken voor de ramen gaan dicht, en iedereen haast zich naar huis. Daar wacht moeder de vrouw met een lekkere maaltijd. Werklui die geen mogelijkheid hebben om naar huis te gaan, eten een stokbrood met jamón serrano en doen hun ogen dicht waar het uitkomt. Langs de kant van de weg, languit onder een boom, op een bankje in het park...of gewoon in de auto. Tot een uur of vijf is er geen mens op straat te bekennen. Dé beste tijd dus om in de supermarkt, die vaak wel open blijft, je boodschappen te doen. Geen lange wachtrij bij de verse vis of de slagerij. En ook aan de kassa ben je zo aan de beurt. Discussiëren over dit fenomeen is bijna onbegonnen werk. Een siësta zorgt er immers voor dat je weer helder bent, je geen stress hebt en je beter presteert op je werk. Wij noorderlingen snappen überhaupt niet dat je na een goede maaltijd en een lekker glas bier aan het eind van de middag weer zin hebt om aan het werk te gaan. Ach, begrijpen zullen we het waarschijnlijk nooit, we zijn er niet mee opgegroeid. Maar wanneer je dan toch besluit om een middagdutje te doen...slaap dan niet langer dan een half uur. Want dat is volgens wetenschappers de ideale tijd om je daarna weer helemaal fit en helder te voelen, en weer lekker aan de slag te gaan! 


woensdag 3 september 2014

Het “Real Monasterio del Escorial”

Het abdijcomplex “Real Monasterio del Escorial” dat sinds 1984 op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat, is het belangrijkste monument van de Spaanse Renaissance. Het enorme gebouw op nog geen uurtje rijden van Madrid werd ontworpen in opdracht van Koning Philip II. In deze basiliek zou zijn vader, die hij enorm bewonderde, een laatste rustplaats vinden. Het werd uiteindelijk een klooster met vierduizend kamers, een schitterende bibliotheek en een koninklijk mausoleum in één. Een plek waar bijna alle Spaanse vorsten begraven liggen. De architect Juan Bautista de Toledo ontwierp het gebouw. Helaas heeft hij zijn voltooide werk nooit kunnen zien, want hij stierf in 1567. Juan de Herrera nam zijn taak over en beëindigde de bouw in 1584. Het prachtige interieur van het Escorial is uitbundig versierd met kleurrijke fresco's, en beeldhouwwerken van Spaanse en Italiaanse kunstenaars uit de 16e en 17e eeuw, waartoe El Greco, Lucas Jordán, Titiaan en Jeroen Bosch behoorden. Ook is er een belangrijke collectie schilderijen van Renaissance en Barok kunstenaars ondergebracht die zijn geschonken door de Spaanse Kroon. Het klooster symboliseert Philip's verbondenheid met de Katholieke kerk en de enorme macht van het Spaanse rijk. Het is een van de bekendste en meest bezochte bezienswaardigheden van Spanje, en een must wanneer je de stad Madrid en z'n omgeving bezoekt!


dinsdag 2 september 2014

Een vulkanisch natuurpark in Catalonië

In het noorden van Catalonië ligt het Parc Natural de la Zona Volcanica de la Garrotxa. Met meer dan veertig vulkanen en twintig lavastromen is het een van de mooiste voorbeelden van een Spaans vulkanisch landschap. De laatste uitbarsting was zo'n 11.500 jaar geleden. Hoewel je de vulkanen kunnen waarnemen, zien ze er toch iets anders uit dan de beelden van kraters die we voor ogen  hebben. Deze zijn namelijk volledig begroeit, en daarom zou je ze zo kunnen verwarren met gewone bergen. Het klimaat heeft ervoor gezorgd dat dit schitterende berglandschap vol staat met dichte bossen van eiken, steeneiken en beuken. Je vindt er ook plantensoorten die je in de rest van Spanje niet snel zult tegenkomen. Het informatiecentrum in Olot kan je uitgebreid informeren over het gebied. Zo blijken er maar liefst achtentwintig wandelroutes door het park te lopen, waardoor  je op de interessantste plaatsen komt. De meest bezochte plekken zijn de vulkanen van Santa Margarida, Montsacopa en Crosat. Door jarenlange afgravingen van vulkanisch materiaal kan je bij deze laatste zien hoe een vulkaan er aan de binnenkant uitziet. Naast alle natuurlijke schoonheid herbergt het park ook authentieke middeleeuwse dorpjes waarvan er verschillende op de oevers van de rivier de Fluvia gebouwd zijn. Voor de liefhebbers van mountainbiken, wandelen, bergbeklimmen en cultuur is dit ruige, heuvelachtig gebied, dat in 1985 tot natuurpark werd verklaard, een perfecte vakantiebestemming. Het park is te bereiken vanuit ons landelijke Hotel Ses Garites






maandag 1 september 2014

Valenciaanse sinaasappelcreme

Volgens de geschiedenis werden aan het eind van de negende eeuw de eerste bittere sinaasappelen door de Arabieren uit India meegenomen naar Europa. Zij noemden de vrucht nâranga, naar de heerlijke zoete bedwelmende geur die de bloesem in het voorjaar afgeeft. Pas eeuwen later, in het jaar 1548, stuurden Portugese missionarissen vanuit het zuiden van China zaden van een heel andere soort sinaasappel deze kant op. De vruchten van deze bomen bleken heerlijk zoet en sappig, en veroverden razendsnel de markt. En niet veel later werden de sinaasappelen vanuit het zuiden naar veel landen in Europa verscheept. En daar plukken wij nu allemaal de vruchten van. Daarom vandaag een lekker toetje, met natuurlijk de Valenciaanse sinaasappel in de hoofdrol. Het gerechtje is gemakkelijk te maken, en omdat het licht is, is het ook perfect om je maaltijd mee te beëindigen. 


Wat heb je nodig:
400 ml. slagroom
400 ml. vers geperst sinaasappelsap (ongeveer 4 sinaasappels)
180 gr. suiker 
schil van een onbespoten sinaasappel
2 eetlepels maïzena 
4 eierdooiers
100 gr. suiker voor het bestrooien en branden 

Hoe maak je het toetje:
Meng het zoete sap en de opgeklopte room door elkaar. Laat nog een beetje van het mengsel in de kom van de mixer, en verwarm de  rest met de suiker en de geraspte sinaasappelschil. Roer zachtjes door. Terwijl het mengsel van sap en room in een pannetje wordt verwarmd, doe je de eierdooiers en de maizena samen in de kom van de mixer, bij het restant van het sap en de room. Klop op lage stand alles goed door elkaar. Wanneer de vloeistof op het vuur begint te koken, voeg je dit mengsel geleidelijk toe. Blijf langzaam roeren tot alles aan de kook komt en dikker wordt. Haal het pannetje dan van het vuur. Blijf nog even roeren tot een stevige gladde massa ontstaat. Nadat de crème wat afgekoeld is giet je hem in de gehalveerde, uitgeholde sinaasappelen. Laat nog meer afkoelen en zet het toetje in de koelkast. Voor het opdienen strooi je een lepeltje suiker over de crème. Verwarm het met een brandertje zodat er een laagje caramel ontstaat. Je kunt de crème eventueel ook gebruiken om kleine soesjes mee te vullen, of een crèmelaag te maken tussen een cake. Verwerk het dan wel voor de massa helemaal afgekoeld is.